3 strijkkwartetten

Bijgevoegd de partituur van drie strijkkwartetten, geschreven met het oog op gezelschappen die graag een opstap zouden willen naar "minder tonale" muziek. Een probleem bij het uitvoeren van zulke muziek is de natuurlijke aarzeling die optreedt bij het spelen van tonen in samenklanken die gewoonlijk niet voorkomen in het tonale idioom; het is lastig om zulke tonen met overtuiging te spelen en zonder overtuiging is geen goede toon te maken. In deze kwartetten worden minder tonale (dissonante) elementen daarom geleidelijk ingevoerd. Elk volgend kwartet is dus wat "dissonanter"dan het voorgaande. Ook stelt elk volgend kwartet technisch iets hogere eisen, maar ze zijn over het geheel genomen niet moeilijker dan het gemiddelde Haydn-kwartet.
De partituur ligt momenteel bij Schott, maar een beslissing over uitgave duurt ettelijke maanden, waarna (áls tenminste positief wordt besloten) het nog een jaar of langer kan duren voordat het werk in druk verschijnt. Het leek me daarom een goed idee om de muziek alvast in beperkte kring te delen. Wie interesse heeft kan me een privebericht sturen, zodat ik de afzonderlijke partijen kan opsturen, plus desgewenst de audiofiles (zodat te horen is hoe de muziek klinkt). De kwartetten kunnen vanwege de rechten erop dan wel alleen privé worden gebruikt en ze kunnen ook niet worden doorgegeven aan derden.
 

Bijlagen

Beste Harman,
Ik heb de partituren bekeken en geprobeerd me een beeld te vormen van hoe het zou klinken. Dat is wat moeilijker dan wanneer ik geluidsfragmenten zou hebben en daarbij de notatie. Wat me opviel bij alle drie de kwartetten is de plotselinge overgangen in toonsoort.

Quartet No.1: drie mollen naar vijf kruisen (maat 140) en vervolgens in 168 naar twee kruisen. In 252 weer in vier mollen. En het gaat in het hele kwartet zo door.
Ik vraag mij af of het niet inzichtelijker zou zijn herstellingstekens te plaatsen en te blijven in de gekozen toonsoort, want soms gaat het maar om enkele maten. [Of is dit toe te schrijven aan de software die de muzieknotatie verzorgt?]

Quartet No.2:
Hier zie ik het verschijnsel parallellisme optreden: waar de viool2, alt en cello vele maten dezelfde figuren spelen, ieder in hun eigen stemming. (vanaf maat 152, 364 t/m 370)

In Quartet No. 3 zie ik datzelfde parallelle spel van Quartet 2, in versterkte mate terug: maat 134 t/m 153, 177 t/m 186

Nu hangt het er maar vanaf of dat erg is of erg gevonden wordt. Ikzelf ben altijd zeer bedacht er zorg voor te dragen dat iedere partij iets unieks en eigens heeft. Het moet -naar mijn idee- een eigen melodielijn hebben. Dat mis ik wanneer meerdere partijen in feite hetzelfde patroon spelen. Maar het is de componist die dat bepaald, dat besef ik heel goed. Wat een ander ervan vindt is niet van belang.

Ik denk dat je deze stukken horen moet om er een goed beeld van te krijgen.
 
Goedendag Harman,
Ik ga niet oordelen op basis van de partituur. Vind dat persoonlijk vrij lastig en dat zal voor de meeste mensen gelden. Het zou voor mij een stuk toegankelijker zijn om het stuk, de eerste minuut wat mij betreft, te horen. Op die manier kun je meer mensen bereiken. Probeer het hier en ik verwacht dat er echt wel wat forumleden hun mening willen geven. Wie weet is er wel een trio of kwartet dat denkt. Let's try..
zelf zit ik momenteel niet in een trio of kwartet, maar ik zal zeker luisteren!
Succes.🎵🎶🎵
 
Terug
Naar boven