Ik kreeg het eerste deel van de 113 etudes van Dotzauer dat hier gratis te downloaden is:
http://cellomusicsheets.blogspot.nl/p/test.html. Mijn leraar is heel enthousiast over deze etudes. Hij vindt ze heel nuttig omdat iedere etude één specifiek stukje techniek aanbiedt. Maar ik vind ze helemaal niet leuk. Zelf geeft hij ook wel toe dat ze niet leuk zijn, hij zegt dat ieder stuk een blz. te lang duurt, ook als ze maar één blz. zijn. Maar ze zijn dus wel nuttig.
Wat ik wel leuk vind, zijn de duetten van Popper, die tegelijk etudes zijn:
http://www.free-scores.com/download-sheet-music.php?pdf=65668. Het eerste boek met 15 duetten valt wel mee. Uit het tweede deel (van 10 stukken, geen duetten) ben ik nu het tweede stuk aan het oefenen, maar die vind ik nog wel erg moeilijk. Ik speel nu overigens ongeveer 9 maanden cello.
Verder moest ik vanaf les 1 proberen op iedere snaar de c te vinden, de d, de e, enz. De greep in de eerste positie geeft dezelfde noot (uiteraard een octaaf lager) als dezelfde greep in de vierde positie. Ga je weer een snaar hoger, dan haal je er twee vingers vanaf (waarbij twee vingers van een greep met één vinger afhalen betekent dat je naar de losse snaar gaat). En om de weg op de cello te leren ook een oefening doen waarbij je steeds 2 noten in de eerste positie speelt en dan 2 in de 4e, dan weer 2 in de eerste, dan weer 2 in de 4e, enz. op deze manier: 01-12-23-34-43-32-21-10 en daarbij de namen van de noten opzeggen, heb ik zelfs op de fiets geoefend (zonder cello uiteraard).
Een oefening die ik dagelijks zou moeten spelen, is de oefening van Cossmann. Je begint ergens, bijv. in de 4e positie en speelt 4 keer 1434, 4 keer 1424, 4 keer 1323 en maakt dan een grote greep naar één noot hoger en dan begin je weer opnieuw met het patroontje, dan weer een grote greep, enz. tot je boven bent. Bij iedere keer dat je het patroontje van 12 keer 4 noten doet, varieer je in streek, bijv. 1 noot op een stok, dan 2, dan 4, 8, 16, 32, 48, 96 (zoveel kan ik uiteraard ook niet) of 1 heen 3 terug, waarbij iedere noot even lang blijft duren, dus moet je sneller of langzamer strijken, want 1 heen vraagt evenveel stok als 3 terug, enz.
En verder uiteraard toonladders, weer met verschillende streekindelingen, 1 op een stok, 2, 3, 4, 5, enz. Laatst moest ik ook een nieuw stuk spelen met een toonladder in plaats van met de tonen die er stonden. Dus wel het ritme en de streekindeling zoals bedoeld, maar de eerste maat bijv. alleen c's, tweede alleen d's, enz. Daarna per halve maat steeds een toon hoger (wat best lastig is als je kwart-half-kwart moet spelen).
Van Marloes kreeg ik op het forum ook nog een tip om de website
http://stringskills.com/ te bekijken, daar staan ook veel oefeningen en uitleg.
Veel succes en ik ben benieuwd waar je mee aan de slag gaat!