Ofschoon ik al een aantal jaren, behoudens kwartetavonden, om uiteenlopende redenen niet meer naar uitvoeringen ga, heb ik die gewoonte kortgeleden gelaten voor wat die is. Het plaatselijke sufferdje maakte namelijk melding van een uitvoering door het Zemtsov altviool kwartet. De leden van dit kwartet zijn Mikhail Zemtsov, zijn vrouw Julia Dinerstein-Zemtsov, dochter Dana en neef Daniil. In het verleden heb ik een aantal recitals door Mikhail Zemtsov bijgewoond en ik was iedere keer weer verrast door zijn muzikale en technische kunnen. Met betrekking tot dit laatste: op één van zijn CD’s speelt hij zelfs het hels moeilijke ‘The last Rose of Summer’ van Heinrich Ernst. Bedoeld door viool maar hij speelt het op een altviool. Julia Dinerstein heeft in het verleden nog een tijd geprobeerd mijn viooltechniek weer op niveau te brengen, maar helaas werkten mijn fysieke beperkingen niet meer mee.
De tweede reden om te gaan was een programma waarvan ik maar één werk kende, namelijk het ‘Lament’ van Frank Bridge. De rest:
Max von Weinzierl – Capriccio voor 4 altviolen,
York Bowen – Fantasie voor 4 altviolen,
Nelu Fieraru – Roemeense dansen voor 2 altviolen,
Astor Piazzolla/E. Zemtsov – 3 tango’s
was nieuw voor mij.
Samenvattend: ik was na afloop zeer onder de indruk. En niet alleen, in technische zin, door de kwaliteit van het samenspel want ik ga er op voorhand van uit dat dit bij deze musici in goede handen is. Maar met name trof mij, in muzikale zin, de intensiteit en de muzikaliteit van het samenspel. Voorts ook het werken met verschillende en afwisselende klankkleuren. Daarbij vond ik het interessant te proberen de verschillen in toonvorming van de vier instrumenten vast te stellen.
Maar ook het gekozen programma vond ik zeer de moeite waard. Om te beginnen het ‘Capriccio’ van Weinzierl. Een overigens voor mij volslagen onbekende componist. De ‘Fantasie’ van York Bowen vond ik op het eerste gehoor indrukwekkend, maar zou ik nog een keer moeten horen. De Roemeense dansen van Nelu Fieraru vond ik ook bijzonder de moeite waard. Niet in het minst vanwege de hier en daar verstopte ‘tongue-in-cheek’ effecten. Maar misschien vormden de tango’s van Piazzolla voor mij wel het hoogtepunt van de middag. Er zijn meer musici die zich bezig houden met deze muziek. Bijvoorbeeld Gidon Kremer. Alleen eindigt dit in zijn geval dan soms in wat eenzijdige virtuositeit. Virtuositeit was er overigens wel in de uitvoering door dit kwartet. Ik bedoel dan niet de gebruikelijke instrumentale virtuositeit, maar in de virtuositeit van het samenspel. De wijze waarop de muzikale spanning wordt opgebouwd. Vertragingen en versnellingen die doen denken aan het opnieuw componeren van deze muziek. Maar niet minder de oorverdovende stiltes. Naar ik meen hangt dit sterk samen met de kwaliteit van de arrangementen. Van de hand van de vader van Mikhail Zemtsov. Ter vermijding van misverstanden: dit zijn Russen die Nederlands spreken
De tweede reden om te gaan was een programma waarvan ik maar één werk kende, namelijk het ‘Lament’ van Frank Bridge. De rest:
Max von Weinzierl – Capriccio voor 4 altviolen,
York Bowen – Fantasie voor 4 altviolen,
Nelu Fieraru – Roemeense dansen voor 2 altviolen,
Astor Piazzolla/E. Zemtsov – 3 tango’s
was nieuw voor mij.
Samenvattend: ik was na afloop zeer onder de indruk. En niet alleen, in technische zin, door de kwaliteit van het samenspel want ik ga er op voorhand van uit dat dit bij deze musici in goede handen is. Maar met name trof mij, in muzikale zin, de intensiteit en de muzikaliteit van het samenspel. Voorts ook het werken met verschillende en afwisselende klankkleuren. Daarbij vond ik het interessant te proberen de verschillen in toonvorming van de vier instrumenten vast te stellen.
Maar ook het gekozen programma vond ik zeer de moeite waard. Om te beginnen het ‘Capriccio’ van Weinzierl. Een overigens voor mij volslagen onbekende componist. De ‘Fantasie’ van York Bowen vond ik op het eerste gehoor indrukwekkend, maar zou ik nog een keer moeten horen. De Roemeense dansen van Nelu Fieraru vond ik ook bijzonder de moeite waard. Niet in het minst vanwege de hier en daar verstopte ‘tongue-in-cheek’ effecten. Maar misschien vormden de tango’s van Piazzolla voor mij wel het hoogtepunt van de middag. Er zijn meer musici die zich bezig houden met deze muziek. Bijvoorbeeld Gidon Kremer. Alleen eindigt dit in zijn geval dan soms in wat eenzijdige virtuositeit. Virtuositeit was er overigens wel in de uitvoering door dit kwartet. Ik bedoel dan niet de gebruikelijke instrumentale virtuositeit, maar in de virtuositeit van het samenspel. De wijze waarop de muzikale spanning wordt opgebouwd. Vertragingen en versnellingen die doen denken aan het opnieuw componeren van deze muziek. Maar niet minder de oorverdovende stiltes. Naar ik meen hangt dit sterk samen met de kwaliteit van de arrangementen. Van de hand van de vader van Mikhail Zemtsov. Ter vermijding van misverstanden: dit zijn Russen die Nederlands spreken