Studieviool,
Ik heb er een, jij hebt er een en mijn oud-lerares heeft er een.
Mijn studieviool is het instrument waar ik het liefst op speel, het liefst op oefen en studeer, maar ook het instrument waar ik mee zou willen optreden.
Het is een feit dat iedere viool zijn/haar eigen klank eigenschappen heeft, haar eigen karakter maar ook haar eigen bespeelbaarheid, balans en dergelijke.
Mijn oud-lerares heeft twee pracht instrumenten, beide van zeer goede kwaliteit. De een een zeer oud instrument dat bijna helemaal kaal is gespeeld, alle kenmerken die ook te zien zijn bij de oude meester violen.
Versneden hals, meerdere keren verbust (nieuwe sleutels ingepast) een aantal reparaties aan zowel onder als bovenblad, de krans onderaan niet uit twee delen maar uit een, een verweerde maar duidelijk herkenbare oude olielak, een zeer fraaie inleg en een hoog niveau van afwerking, echter zonder label. Haar studieviool.
Het andere instrument heeft wel een label en is van een gerenommeerd Duits vioolbouwer, heeft een krachtigere toon, haar niet studieviool.
In mijn oren klinkt het oude ongelabelde instrument veel mooier veel subtieler en laat zich ook veel vriendelijker bespelen, het vraag er als het ware om om bespeeld te worden. De klank is fantastisch en het instrument laat heel veel harmonische horen. En dat mis ik bij haar “concert” instrument.
Ik heb beide instrumenten meerdere keren mogen bespelen en heb me eigenlijk alleen door mijn gehoor laten leiden.
De geschiedenis herhaalt zich hier thuis. Twee studieviolen, de een een kopie van een Rugerrie de ander een viool met het label Degani.
De Rugerrie mooi symmetrisch gebouwd met een mooie maar milde klank, heel soepel te bespelen, voelt aan als of je zijde in je handen hebt. De Degani voelt aan als een Mercedes, stevig, robuust en speelt ook veel zwaarder. Heeft wel een krachtige klank, vol en rijk aan boventonen. Ook zo’n instrument dat je uitdaagt om te bespelen.
Laatst zag ik een documantaire over een masterclass met Perlman waar in hij op een gegeven moment een instrument van een van de leerlingen ter hand neemt.
Op meesterlijke wijze laat Perlman dan even zien hoe je het een en ander kan spelen. En een studieviool in handen van de maestro veranderd ineens in een concert instrument. Er worden klanken aan onttrokken die een beginnend of gevorderd violist niet uit dit zelfde kastje zou krijgen.
Dit is natuurlijk relatief want het instrument was natuurlijk al van goede kwaliteit en geen chinees rommelbakkie (VSO).
Zelf heb ik een zelfde ervaring met o.a. mijn Rugerrie die door een kennis van mij bespeeld werd en er klanken uit kwamen die ik niet voor mogelijk hield. Haar commentaar op het instrument bleef bij: Een wat zachte fluwelen klank, heel subtiel, niet iets voor in een concertzaal wel een instrument wat zich heerlijk in besloten kring laat horen maar er mogen wel wat betere snaren op, met die tomastik’s komt ze niet tot wasdom. Maar geen darmsnaren nemen, die maken haar alleen nog zwakker (maar ook liefelijker). Neem haar eens mee naar de vioolbouwer!.
Benieuwd wat ze binnenkort over de Degani heeft te vertellen!
En als je dan na uren, dagen, weken of maanden eindelijk dat stuk kunt spelen waar je helemaal los op kan gaan, trots op bent dat je het onder de knie hebt. Dan blijkt dat stukken van Vivaldi (Q.S.) veel mooier en beter te klinken op de Degani en dat o.a. “Air” weer veel subtieler klinkt op de Rugerrie.
Misschien dat de echte grote (meesterviolen) dergelijke eigenschappen weten te combineren, ik weet het niet, ik heb nog nimmer een meesterviool in handen gehad (sorry toch een keer een Cuypers) maar nimmer mogen bespelen.
Even wat linkjes:
Air:
http://nl.youtube.com/watch?v=qOVwokQnV4M
Vivaldi:
http://nl.youtube.com/watch?v=z--FGpVK15E&feature=related
Remi