Moeilijkheidsgraad

Discussie in 'Cello' gestart door Hopf, 11 jan 2021 om 20:28.

  1. Hopf

    Hopf ♫ ♪

    Lid geworden:
    10 okt 2005
    Berichten:
    967
    Geruime tijd geleden ben ik opgehouden met het luisteren naar vioolmuziek. Mogelijk tijdelijk, maar ik kreeg na al die jaren last van iets als luistermoeheid. Ik bedoel daarmee te zeggen dat als ik zelfs de verzamelde vioolconcerten van Spohr, Viotti, De Bériot, Vieuxtemps, Rode, Lipinski en Vivaldi uit het hoofd kan nafluiten, het nieuwtje er wel een beetje af is. Maar eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat de werken voor viool van van Beethoven en Brahms de dans zijn ontsprongen. Niet dat muziek uit mijn leven is verdwenen, want kamermuziek en orkestwerken zijn nooit weggeweest. Evenmin als de cantates van Bach. Plus de herleefde belangstelling voor zijn componerende zoons.

    Maar kortgeleden schalde er toch weer strijkersmuziek uit mijn luidsprekers. Muziek voor cello ditmaal. Een instrument dat in mijn luistergewoonte een beetje de rol vervult van een stiefkind. Niet dat ik in al die jaren niet bekend ben geraakt met de 'grote' werken voor cello en orkest. Zoals Dvorak, Elgar, Saint-Saëns, Lalo, Khatchaturian, Brahms dubbelconcert, Shostakovich, Tchaikovsky, Haydn en Boccherini (al dan niet gefalsificeerd). Zelfs dat helaas ondergewaardeerde concert van Offenbach. Viotti nota bene.

    Maar de genoemde werken waren niet aan de orde, want ik luisterde 'gewoon' naar de twee cellosonates en de variaties op. 17 van Mendelssohn-Bartholdy. Werken die ik lang geleden voor het laatst heb gehoord en die toen een wat fletse indruk bij mij achterlieten. Iets dat zich toen ook voordeed bij sommige van zijn strijkkwartetten en zijn drie vioolsonates. De vioolsonates vind ik nog altijd veredeld maakwerk, maar zijn strijkkwartetten (en de pianokwartetten, de kwintetten, het sextet en het octet) zijn weer helemaal teruggekeerd in (op?) de vaderschoot van mijn warme belangstelling. Voor wat betreft de beide sonates en de variaties: in weerwil van mijn oordeel van anno dazumal was ik ditmaal nogal onder de indruk van de muziek. En de vraag of dat nu aan de muziek ligt, mijn voortschrijdend inzicht dan wel twee indrukwekkende instrumentalisten (Claude Starck en Christoph Eschenbach), kan ik niet beantwoorden. Nog los van de vraag of dat enige zin zou hebben.

    Ik weet niet of iemand op dit forum zich ooit aan de studie dan wel uitvoering van deze werken van Mendelssohn-Bartholdy heeft gewaagd. Maar ik zou eigenlijk wel willen weten of de moeilijkheidsgraad van genoemde werken voor cello en piano in de buurt komt van de eerdergenoemde werken voor cello en orkest.

    Laat ik een violistisch voorbeeld noemen: het vioolconcert van Brahms is, om een aantal uiteenlopende redenen, een nogal bewerkelijk stuk om te spelen. Zijn drie vioolsonates zijn dat in veel mindere mate, al is de derde sonate wel iets lastiger. Mijn grootste moeilijkheid met die sonates, die ik dankzij de grammofoonplaat weliswaar uit mijn hoofd kende, was overigens dat tellen in triolen, sextolen, septolen en wat Johannes B. nog meer aan het papier toevertrouwde.
     
  2. JanHut

    JanHut ♫ ♪

    Lid geworden:
    27 aug 2013
    Berichten:
    1.334
    @Hopf , in het algemeen kun je mijns inziens zeggen dat de werken voor cello en orkest vaak complexer zijn dan stukken voor cello en piano. Helemaal generaliseren kun je niet, maar bij cello & orkest pakken de meeste componisten behoorlijk uit. Bij het zoeken naar een beetje speelbaar materiaal is bij cello/piano altijd wel wat te vinden.
     
  3. Oosterhof Vioolbouw

    Oosterhof Vioolbouw Frits Oosterhof Beheerder

    Lid geworden:
    29 mrt 2003
    Berichten:
    13.332
    Homepage:
    Ik heb eens even de derde sonate Opus 108 bekeken aan bladmuziek en ik vind de pianopartij behoorlijk lastig. Nu kan dat liggen aan het feit dat ik geen pianist ben (maar wel orgel speel). De vioolpartij en dan met name het derde deel Presto Agitato, gaat aan het eind toch stevig de hoogte in. Ik heb de sonates nooit gespeeld, maar uitgaande van deze derde Sonate lijken ze me lastig voor prima vistaspel.
     
  4. Hopf

    Hopf ♫ ♪

    Lid geworden:
    10 okt 2005
    Berichten:
    967
    Brahms was in zijn jonge jaren, zonder een uitgesproken virtuoos te zijn maar dat lag ook niet zo in zijn aard, een goed pianist. Zijn behandeling van pianopartijen getuigt daar ook van. Afgezien van enkele delen uit zijn latere op. 117 - 119 is het allemaal nogal bewerkelijk. Met name de beide pianoconcerten en de (aartsmoeilijke) Paganini-variaties zijn daar een goed voorbeeld van. Er is dan ook een tijd geweest dat vrouwelijke pianisten fatsoenshalve niet geacht werden deze concerten (en het 3e van Rachmaninoff) in het openbaar uit te voeren. Maar daar hadden Myra Hess, Gina Bachauer en Martha Argerich op den duur maling aan. Kennelijk beschikten de dames over geschikte handen.

    Het nadeel van die 'zware' pianopartijen in de vioolsonates van Brahms (maar ook in zijn cellosonates en bij voorbeeld ook in de cellosonate van Rachmaninoff) hebben als nadeel dat je er als strijker moeilijk bovenuit komt. Want beheersing c.q. ingetogenheid is niet iedere pianist meegegeven: 'Mag die klep dicht?'
    Ik heb eerder het begrip moeilijkheidsgraad gehanteerd. Mogelijk niet duidelijk, maar ik bedoelde er niet meer mee dan de mate van speelbaarheid van de noten. Dus niet een soort conceptueel beeld van Brahms met inbegrip van interpretatie.
    In termen van het beperkte begrip speelbaarheid van de noten zijn de eerste twee vioolsonates van Brahms niet erg lastig. De derde iets meer.

    Waarom het begrip 'a prima vista' aan de orde komt is mij niet duidelijk. Maar een feit is dat niet iedere musicus ermee is behept. Evenmin trouwens als met een absoluut gehoor. Prima vista specialisten uit de 19e eeuw waren Ferenc Liszt en Niccolo Paganini. Er zullen er ongetwijfeld meer zijn, maar uit de 20e eeuw weet ik alleen Jascha Heifetz en Walter Gieseking. En ik geloof Cziffra, maar dat kunnen wij Georges helaas niet meer vragen.
    Van Heifetz is voorts bekend dat hij een stuk alleen studeerde om het uit zijn hoofd te kunnen spelen. Het spelen van iets triviaals als muzieknoten was nooit een probleem. Hij ontmoette eens de toen nog nog piepjonge Ruggiero Ricci die hem vertelde dat hij het (bijzonder moeilijke) vioolconcert van Heinrich Ernst studeerde. De reactie van Heifetz kwam er op neer dat hij al dat studeren niet begreep: 'Dat speel je toch gewoon?'
     
  5. Oosterhof Vioolbouw

    Oosterhof Vioolbouw Frits Oosterhof Beheerder

    Lid geworden:
    29 mrt 2003
    Berichten:
    13.332
    Homepage:
    Laat ik dat dan eens proberen te verduidelijken. Als een stuk zo op het eerste gezicht te spelen is -en dan denk ik aan de vioolpartij- is het stuk niet al te ingewikkeld. Dat ligt uiteraard mede aan het niveau van de violist(e) en ook aan de noten. Wanneer ik dan de derde Sonate neem lijkt me dat we te maken hebben met een stuk voor de gevorderde pianist. Voor het prima-vistaspel van de violist(e) geldt hetzelfde. Samenvattend komt mijn bewering hier op neer, dat de partijen van deze derde Sonate behoorlijk spelniveau vereist en -refererend aan de titel van dit onderwerp- een bepaalde moeilijkheidsgraad in zich heeft.
     

Deel Deze Pagina