Ik heb nog iets anders bekeken wat zou kunnen verklaren waarom de uitholling van de toets bij mijn contrabas in het midden van de toets behoorlijk groot is (3 mm). Ik heb een halve contrabas met een mensuur van 100,5 cm. Ik heb ook een akoestische fretloze basgitaar met een mensuur van 86,5 cm; dus maar 14 cm kleiner. De toets van deze basgitaar is precies vlak en de actie op het octaaf is maar ongeveer 3,5 mm voor alle vier de snaren. Toch klapperen de snaren niet tegen de toets als zij op de normale manier met de vingertoppen aangeslagen worden. Maar als ik de basgitaar rechtop zet en de snaren op de contrabasmanier met de zijkant van de vingers aansla dan klapperen vooral de E- en de A-snaar tegen de toets als ik redelijk hard trek.
De wat grotere snaarlengte van de contrabas en vooral de andere manier van aanslaan maakt dat voor de contrabas op het octaaf een veel grotere actie nodig is om klapperen te voorkomen. Maar als deze grotere actie verkregen zou worden met een rechte toets dan zou de actie bij posities hoger dan het octaaf veel te groot worden om gemakkelijk te kunnen spelen. Een holle toets maakt dat de actie voorbij het octaaf weer kleiner wordt en dat hij ook voor posities onder het octaaf groter is dan voor een rechte toets met dezelfde actie op het octaaf.
Ik heb eens een vertraagd filmpje gezien van een trillende contrabassnaar en vanwege de hogere harmonischen ligt de maximale uitwijking lang niet altijd in het midden van de snaar. Ook bij de lagere posities moet de actie daarom al behoorlijk groot zijn en dit wordt met een holle toets gerealiseerd.