Ja Johan, terug naar de f-gaten:
Klopt inderdaad, dat de oppervlakte van de f-gaten de eigenfrequentie bepalen van de corpus. Ik ben ooit eens begonnen met vioolspelen op een fabrieksviool, want meer geld wilde mijn vader er niet aan spenderen. Toen ik er mee op vioolles kwam en mijn leraar het instrument aandachtig bekeek, zag ik hem na een tijdje bedenkelijk kijken, waarna hij vroeg waar ik die viool gekocht had. (Hij doelde natuurlijk op het feit dat die waarschijnlijk niet van een vioolbouwer kwam). Ik zei maar dat ik het niet wist en dat iemand anders hem had gekocht, wat ook waar was want mijn moeder had het gekocht.
Al gauw bleek dat het ding van geen meter klonk en vele malen mocht ik de gehele les op het instrument van mijn leraar spelen. Vermoedelijk kon de leraar de slechte klank van het fabrieksviooltje niet verdragen.

.
Nu ik wist hoe het òòk kon klinken, namelijk op een goed instrument, ben ik thuis aan het experimenteren gegaan om wat meer diepgang in de lagere registers te krijgen. Na van alles geprobeerd te hebben met dempingsmateriaal onder de kam en onder de snaren, kwam ik er eindelijk achter. Ik heb tijden gespeeld op een fabrieksviool met een geheel of nagenoeg geheel met tape afgeplakt linker f-gat. De tape was van redelijk stevig materiaal en het doel was om het oppervlak van het linker f-gat te reduceren. Daarmee wordt de eigenfrequentie beïnvloed en in dit geval positief. Het werkte fantastisch! Nu had ik een prachtige G-snaar zoals ik wilde dat die klonk. Mijn eerste klankideaal verwezenlijkt!
Nog later heb ik er vele aanpassingen in aangebracht, door het bovenblad te verwijderen en de dikteverdeling aan te passen, is het een alleszins redelijk klinkend exemplaar geworden.
Model was 'natuurlijk' volgens een Stradivarius uit 1713, maar niet de klank, die was duidelijk van 1957, het jaar waarin ik hem kreeg.
(Dit bericht is door soundboard bijgewerkt op 18/04/2007 om 15:13 uur)