Alexander,
De opname van de Kreutzersonate door Taschner en Gieseking is inderdaad zeer de moeite waard. Wellicht is het daarom interessant te weten dat van beiden op CD ook de sonates van Brahms op. 108 en Franck zijn uitgegeven. De opnames dateren uit april 1947.
Ofschoon ik mij wellicht bij de autoriteit van zowel Stolyarski als Grach zou moeten neerleggen, blijf ik mijn twijfel behouden aan iets als een 'wetmatigheid' in dezen. Veel (beroemde) violisten uit het verleden hadden te maken met te lange dan wel te korte armen, onderlinge verschillen in armlengte (Kreisler en Elman), korte en lange vingers dan wel smalle en brede handen. Een verschijnsel dat zich overigens ook bij pianisten voordoet. Men vergelijke in dit verband de 'kappershandjes' van enerzijds Horowitz en Josef Hofmann met, anderszins, de opmerkelijke grote/dikke handen en vingers van Gilels en Berman.
Overigens weet ik niet hoe ik in dit verband de handen van Paganini moet plaatsen. Want de medische wereld aarzelt in zijn geval nog altijd tussen de syndromen van Ehlers-Danlos dan wel Marfan.
Hopf