Tobias †
|♫♫|♫
Het is op een herfstige dag in 1960 dat we een Viool gaan kopen in Amsterdam, in de Raadhuisstraat is een winkel die tweedehands muziekinstrumenten verkoop heeft mijn Moeder gehoord, het is best nog een hele reis, eerst in Zaandam met de bus naar het station, dan met de trein en in Amsterdam nog een stukje met de tram naar de Raadhuisstraat.We stappen de winkel in, het is een schaars verlichte diepe winkel vol met gitaren accordeons mandolines en nog veel meer, maar we zien geen Violen hangen.
Achter uit de winkel komt een oud mager mannetje tevoorschijn hij heeft een vettig hoedje op het hoofd, mijn Moeder zegt dat we een Viool zoeken, het hoedje kijkt mijn Moeder met toegeknepen ogen aan alsof ze hem een oneerbaar voorstel doet, dan verdwijnt hij zonder iets te zeggen naar achteren.
We horen hem rommelen even later verschijnt hij met een Viool in zijn hand, hij legt hem met een bijna teder gebaar op de toonbank neer, wat moet dat nou nog kosten vraagt mijn Moeder en ze wijst op de krasjes die het instrument sieren, 25 gulden zegt hij schor.
Boven de neus van mijn Moeder verschijnt een diepe rimpel, zoveel zegt ze en er zit niet eens een stokje bij, het hoedje verdwijnt wederom naar achteren, en komt even later terug met een klein stokje, die is veel te klein zegt mijn Moeder, U krijgt hem er gratis bij zegt hij royaal en ik heb geen grotere op het moment.
Even later loop ik zielsgelukkig met de Viool verpakt in een bruine zak door de Raadhuisstraat, het is mijn Sinterklaas cadeau, dus ik moet nog even wachten voor ik hem werkelijk krijg.