hminkema
♫
Ik zou het niet (snel) in mijn hoofd halen om af te dingen op de prijs bij de aanschaf van een instrument van een Nederlandse bouwer (gitaar, of cello, of viool, of klavecimbel of wat dan ook). Het is duidelijk dat de westerse prijzen al lang onder druk staan van het Aziatische aanbod. Daarom neem ik graag aan dat hier in het westen reële prijzen worden gevraagd: anders overleven onze bouwers het niet. En eerlijk is eerlijk, we moeten in onze handen knijpen dat een aantal mensen hier in West-Europa het aandurven zélf instrumenten te blijven bouwen, met de expertise hier voorhanden, en met de nodige nazorg (waaronder reparaties). De markt daarvoor is klein. Maar op een muzikantenleven - amateur of professional - van dertig of vijftig jaar lang is de uitgave per jaar aanmerkelijk lager dan wat je verstookt aan je auto of je twee weken zomervakantie of je dakkapel. En waar word je gelukkiger van?
Het aantal Nederlandse bouwers dat zich kan veroorloven bovenmatig hoge prijzen te vragen lijkt me verwaarloosbaar, als het intussen al niet nul is. Daarom moet je bemoeienis met de prijs zich niet afspelen aan de toonbank van de Nederlandse bouwer, maar vooraf, bij je thuis. Ga je voor een laaggeprijsde, onbekende Aziaat of voor een product uit eigen land (eenmalig 120 km is niks voor een instrument dat je uren en uren per week wilt bespelen, en waar je gelukkig van wilt worden)? Voor een instrument dat je kunt horen en betasten voor je het koopt, en waarvan je de maker persoonlijk de hand hebt geschud, of een anoniem halffabrikaat? Voor een product van ongeziene herkomst, of voor een instrument gemaakt in een atelier waarin je zelf hebt gestaan?
Net als Liuwe ben ik ook zeer gecharmeerd van mijn Aziatische (lees: Chinese) strijkinstrumenten. De prijs-kwaliteitsverhouding is in het westen moeilijk te verslaan. Maar dat ik er van gescharmeerd ben, komt omdat de viool en de cello voor mij slechts bij-instrumenten zijn (mag ik nu wel op dit forum blijven?) en mijn eisen dus navenant lager zijn. Gitaar blijft mijn hoofdinstrument, en ik blijf met veel genoegen op mijn West-Europese (in Duitsland en Spanje) vervaardigde handbouw-instrumenten spelen. Daarnaast heel graag op mijn héél goede Japanse (nee, geen brandhoutkopieën) handgebouwde instrumenten EN op een incidentele Chinees, van een kwaliteit die in het westen voor dat geld echt niet te leveren is.
Want dáár zitten volgens mij de mogelijkheden. Veel Nederlandse jongens en meisjes leerden - decennia geleden - gitaar spelen op een brandhoutinstrument. Leuk, maar het smaakte niet echt naar meer, en de gitaar verhuisde vaak naar zolder of afvalbak. Konden we hen - voor hetzelfde geld - een beter instrument bieden, dan waren er vast méér blijven plakken aan de gitaar dan nu. Zeker met enige bemoediging in het muziekonderwijs op school. De drempel naar de viool is nog (veel) hoger. Bij mij op school (een VO met 1100 kinderen) spelen er misschien vijf viool. Maar de lage Aziatische prijzen brengen de viool binnen het bereik van veel méér kinderen, zonder dat een brandhoutinstrument hun brave pogingen direct frustreert.
Hoe meer jongeren je weet te interesseren voor een instrument, hoe meer volwassenen je later overhoudt. En hoe meer volwassenen later naar een echte bouwer met betere instrumenten lopen.
Dus dat zou mijn zakelijke strategie voor instrumentbouwend Nederland zijn. Help mee om ze veel mogelijk kinderen aan de gitaar, de viool, de cello etc. te krijgen. Daar is nog een wereld te winnen. Accepteer dat ze aanvankelijk de prijs de doorslag laten geven, en er veel Aziaten gekocht worden. En maak daarna duidelijk dat er voor de volhouders héél veel kwaliteit te winnen valt voor een acceptabele Nederlandse prijs.
Het aantal Nederlandse bouwers dat zich kan veroorloven bovenmatig hoge prijzen te vragen lijkt me verwaarloosbaar, als het intussen al niet nul is. Daarom moet je bemoeienis met de prijs zich niet afspelen aan de toonbank van de Nederlandse bouwer, maar vooraf, bij je thuis. Ga je voor een laaggeprijsde, onbekende Aziaat of voor een product uit eigen land (eenmalig 120 km is niks voor een instrument dat je uren en uren per week wilt bespelen, en waar je gelukkig van wilt worden)? Voor een instrument dat je kunt horen en betasten voor je het koopt, en waarvan je de maker persoonlijk de hand hebt geschud, of een anoniem halffabrikaat? Voor een product van ongeziene herkomst, of voor een instrument gemaakt in een atelier waarin je zelf hebt gestaan?
Net als Liuwe ben ik ook zeer gecharmeerd van mijn Aziatische (lees: Chinese) strijkinstrumenten. De prijs-kwaliteitsverhouding is in het westen moeilijk te verslaan. Maar dat ik er van gescharmeerd ben, komt omdat de viool en de cello voor mij slechts bij-instrumenten zijn (mag ik nu wel op dit forum blijven?) en mijn eisen dus navenant lager zijn. Gitaar blijft mijn hoofdinstrument, en ik blijf met veel genoegen op mijn West-Europese (in Duitsland en Spanje) vervaardigde handbouw-instrumenten spelen. Daarnaast heel graag op mijn héél goede Japanse (nee, geen brandhoutkopieën) handgebouwde instrumenten EN op een incidentele Chinees, van een kwaliteit die in het westen voor dat geld echt niet te leveren is.
Want dáár zitten volgens mij de mogelijkheden. Veel Nederlandse jongens en meisjes leerden - decennia geleden - gitaar spelen op een brandhoutinstrument. Leuk, maar het smaakte niet echt naar meer, en de gitaar verhuisde vaak naar zolder of afvalbak. Konden we hen - voor hetzelfde geld - een beter instrument bieden, dan waren er vast méér blijven plakken aan de gitaar dan nu. Zeker met enige bemoediging in het muziekonderwijs op school. De drempel naar de viool is nog (veel) hoger. Bij mij op school (een VO met 1100 kinderen) spelen er misschien vijf viool. Maar de lage Aziatische prijzen brengen de viool binnen het bereik van veel méér kinderen, zonder dat een brandhoutinstrument hun brave pogingen direct frustreert.
Hoe meer jongeren je weet te interesseren voor een instrument, hoe meer volwassenen je later overhoudt. En hoe meer volwassenen later naar een echte bouwer met betere instrumenten lopen.
Dus dat zou mijn zakelijke strategie voor instrumentbouwend Nederland zijn. Help mee om ze veel mogelijk kinderen aan de gitaar, de viool, de cello etc. te krijgen. Daar is nog een wereld te winnen. Accepteer dat ze aanvankelijk de prijs de doorslag laten geven, en er veel Aziaten gekocht worden. En maak daarna duidelijk dat er voor de volhouders héél veel kwaliteit te winnen valt voor een acceptabele Nederlandse prijs.