Ik vrees dat we weer langs elkaar heen praten.
Mijn keuze voor vergelijkingen is blijkbaar wel heel ongelukkig, want de gehaktballen/koffie-vergelijking slaat evenzeer de plank mis als de erwtensoep-vergelijking in een eerder stadium. Wat ik bedoelde te zeggen, is dat men niet moet zoeken naar gehaktballen in de koffie, want die horen daar niet in thuis en dus moet men de koffie ook niet beoordelen op het aantal gehaktballen dat er wel of niet in te vinden is. geheel terecht meerkt u op, dat de koffie wel beoordeeld mag worden op hoe de bonen gebrand zijn en de koffie gezet is. Dat zijn de criteria waarop koffie beoordeeld mag worden.
Ik bedoelde dus, dat het onzinnig is om te zeggen dat atonale muziek slecht is omdat er weinig atonaliteit in voorkomt. U zoekt naar elementen uit de tonaliteit (lyrische thema's, prettige harmonieën, etc.) in een soort muziek die precies daar helemaal niet over gaat. Een fiets is een slechte auto, want hij rijdt niet op super-loodvrij.
Zo gaat de minimal music helemaal niet over atonaliteit of tonaliteit, maar over de werking van de schier eindeloze herhaling van een minimaal element (een ritmisch of melodisch motief of een harmonische cadens). Ook in deze muziek zou het onzinnig zijn om te gaan zoeken naar uitgesponnen melodische lijnen, want die zijn er niet, die kunnen er niet eens zijn zonder met zichzelf in tegenspraak te geraken). Beweren dat een Philip Glass of een Steve Reich dus slechte muziek schrijven, omdat hun melodielijnen wel erg weinig uitgesproken zijn, is dus ook nonsens.
Uiteindelijk zijn zowel de dodecafonie als de minimal music pogingen om muziek in de grond te begrijpen en te definiëren. Minstens evenzeer als alle muziek vóór de twintigste eeuw dat ook was. De componisten die wij heden ten dage 'groot' noemen hebben elk voor zich gezocht naar de definitie van muziek en zich niet neergelegd bij het resultaat dat hun voorgangers al hadden beschreven.
Dufay heeft niet naar de muziek van Machaut geluisterd en gezegd: "Dit is het. Dit is de definitie van muziek, laten wij het hierbij houden". Integendeel, hij heeft gezocht naar de grenzen van die definitie en deze verlegd. Zo ook Monteverdi met de muziek van da Palestrina en Beethoven met de muziek van Mozart en Brahms met de muziek van Beethoven, etc., etc. Elke componist van enige betekenis (betekenis afgemeten aan het belang voor de koers van de muziekgeschiedenis) heeft de grenzen van de muziek iets verlegd, totdat de grenzen van wat was overschreden waren en er iets nieuws ontstond.
Vóór de Barok was er geen tonaliteit. Tonaliteit is ontstaan doordat componisten de grenzen van de modaliteit (kerktoonaarden) hebben verlegd tot daaruit iets nieuws ontstond. Atonaliteit is ontstaan doordat componisten de grenzen van de tonaliteit hebben verlegd totdat daaruit iets nieuws ontstond.
Vanaf het moment dat de tonaliteit (majeur en mineur) gehanteerd werd (Barok) en deze haar definitie kreeg in de functionele harmonieleer (Classicisme) hebben diezelfde componisten gezocht zich eraan te ontworstelen. Geen enkele componist is blijven hangen bij een voortdurend herhalen van de harmonische cadens IV-V-I (dát is tonaliteit), maar elk van hen heeft uitbreidingen en verleggingen gezocht (tussendominanten, Trugschluss, enharmonisaties, etc.).
Tegen de tijd dat we bij een late Wagner, een Mahler of een jonge Richard Strauss zijn aanbeland, is er van die tonaliteit niet veel meer over. Als we Wagner's Tristan-akkoord moeten gaan verklaren, dan moeten we zelfs zoeken naar hoe we dit akkoord nog wel in de tonaliteit kunnen passen.
Als je maar lang genoeg aan een draad blijft pluizen, is op een gegeven moment de draad niet meer herkenbaar. Als je dus akkoorden maar blijft uitbreiden met septiemen, nones, undecimes, toegevoegde sexten, voorgehouden secundes en kwarten en wat al niet, dan zal op den duur de originele drieklank niet meer terug te horen zijn. Is zo'n akkoord dan nog tonaal?
Op het moment dat er zo'n overgang in de loop van de geschiedenis is, kan men niet anders dan zoeken naar de nieuwe weg. De oude weg is verlaten, maar een nieuwe weg is nog niet verkend. Ieder voor zich kiest een pad en vele van die paden zullen achteraf blijken niet het pad te zijn waarop het verdere verloop van de geschiedenis zich zal baseren.
Zo heeft een Richard Strauss in zijn latere jaren ervoor gekozen om terug te keren naar een tonale basis (bijvoorbeeld "Vier letzte Lieder"), waar hij eerder zeer serieus flirtte met de atonaliteit ("Elektra", "Salome"). Zo heeft een Stravinsky zo ongeveer alle beschikbare paden uitgeprobeerd: tonaliteit, atonaliteit, modaliteit, neo-classicisme, dodecafonie, serialisme. Maar zo ook heeft een Sibelius inderdaad de conclusie getrokken zichzelf een fossiel te vinden in een wereld die inmiddels al zoveel verder was. Of stoppen met schrijven dan de juiste beslissing is, is niet aan ons om te oordelen; dat was zijn beslissing. Stilstand is achteruitgang en dat zal Sibelius waarschijnlijk niet gewild hebben.
Zo rond de tijd dat de tonaliteit eigenlijk alleen nog in theorie bestond hebben vele componisten geprobeerd een nieuwe weg te definiëren. Niet alleen Schönberg was pleitbezorger voor het doorhakken van de knoop, in hetzelfde land was ook een Josef Matthias Hauer bezig om een vorm van atonaliteit te definiëren. Zijn weg heeft veel minder navolging gekregen dan Schönberg's ideeën en hij is daarom minder bekend tegenwoordig.
Maar gelijktijdig met het ontstaan van de atonaliteit (liever: loslaten van de tonaliteit) zijn er tal van componisten bezig geweest met het zoeken naar andere oplossingen dan de vrij radicale weg die Schönberg en zijn leerlingen insloegen. U noemde zelf al Shostakovich en Bartok. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de weg die Shostakovich bewandelde niet geheel zijn vrije keuze was, maar een weg die afgedwongen werd door het politieke bewind (Stalin); de vroege Shostakovich (zie bijvoorbeeld eerste vier symfonieën) laten een geheel andere weg zien.
Een componist als Puccini zou het allemaal worst wezen en schreef zijn muziek met slechts één doel voor ogen: de luisteraar emotioneel te raken. Zijn muziek is daarom geen "emotionele bagger", maar in tegendeel voor dat doel uitstekend geschreven muziek. U krijgt immers tranen in de ogen bij "Suor Angelica".
Ik heb al eerder gezegd, dat ik geen waardeoordeel over collega's wens uit te spreken en termen als 'slecht' en 'bagger' zal ik dan ook nooit gebruiken. Ik wil alleen een lans breken voor mensen die worden afgerekend op onjuiste gronden. Als men een componist niet waardeert, mag men die componist niet bekritiseren voor, bijvoorbeeld, het ontbreken van structuur als die structuur aantoonbaar wel aanwezig is. Zeg dan gewoon: "Ik mag die muziek niet" of woorden van sterkere strekking.
Het is goed mogelijk, dat u structuur niet hoort in muziek. Sommige structuren zijn namelijk ook in het geheel niet hoorbaar, maar alleen leesbaar. Van veel renaissance-muziek is ook de structuur niet hoorbaar. Wat ik hoor zijn schier eindeloos kabbelende en dooreen-strengelende melodische lijnen, maar een hogere, formele structuur is onvindbaar (deze vind immers ook pas in de vroege Barok zijn ingang). Ik moet dan ook niet de Renaissance afrekenen op het ontbreken van formele structuur (sonatevorm, liedvorm, rondovorm, etc.), want die kan er niet eens zijn. Maar ga evenmin zoeken naar een mooi afgerond thema, want ook dat ontbreekt - kan er niet zijn. Ik mag deze muziek wel beoordelen op de mate van kundigheid waarmee de melodische lijnen met elkaar verweven zijn.
Structuur die uitermate duidelijk is, is vaak ook lelijke structuur. De gotische kathedralen zijn juist zo prachtig, omdat de structuur (de ribben) zo kunstig zijn weggewerkt en zijn opgenomen in een esthetisch hoger doel.
Kortom, ik mag de criteria die ik ontneem aan (grofweg) Barok, Classicisme en Romantiek niet hanteren om de muziek uit andere perioden te beoordelen. Die muziek gebruikt andere linialen en ik mag de liniaal van de Barok, Classicisme of Romantiek daar dus niet naast leggen - het resultaat zal onzinnig zijn. Zeggen dat geel lelijk is omdat er weinig zaterdag in te ontdekken valt, is zo'n onzinnig resultaat. Zowel de kleur als de dag van de week zijn verschillende linialen.
Geef gerust toe dat sommige kunst niet te bevatten is. Er zijn heel veel zaken in het leven, die ik niet begrijp, veel zaken in sommige muziek die ik niet hoor, niet vat. Het zij zo. Niemand, zelfs 'n Leonardo da Vinci in zijn tijd niet, kan alles begrijpen en zeker in deze complexe tijd niet waarin alle processen nog tien maal sneller gaan. Maar noem iets niet 'slecht' omdat u het niet begrijpt of niet mooi vindt, noem iets niet 'onsamenhangend' als u de samenhang ontgaat.
Er is niets in de Mona Lisa dat ik mooi vind. Niet die glimlach, geen enkel boomtopje of heuveltje in de verte. Ik vind haar bovendien een niet bepaald aantrekkelijke vrouw. Maar ik kan en mag niet anders dan respect opbrengen voor de uitermate knappe manier waarop dit doek geschilderd is (schildertechniek, perspectief, etc.). Ik erken de meester - of ik het mooi vind is een heel ander verhaal dat absoluut niets aan het meesterschap van Da Vinci afdoet.
Zeg gewoon: "Ik vind er niks aan, het boeit mij niet en ik heb geen interesse om mij er verder in te verdiepen; zó weinig trekt die muziek mij aan". Da's eerlijk en correct en uw goed recht om dat te vinden.