Dat het op e
Dat deze violiste de naam van Ysaÿe kennelijk op zijn Engels uitspreekt doet bij mij de vraag ontstaan of het redelijk is te verwachten dat iemand ergens achteruit Azië het 'patois liégois' zou moeten beheersen.
Maar eerlijk gezegd vind ik het fenomeen 'waardering' dat je aan de orde stelt, interessanter. Want op zich is het voor te stellen dat iemand dat wel van vioolmuziek houdt, niet noodzakelijkerwijs bij Ysaÿe uitkomt. Ik probeer me alleen voor te stellen hoe in dit geval appreciatie c.q. depreciatie tot stand komt. Toen ik, heel lang geleden, met vioolspelen begon nam ik als ware een spons alles in mij op wat met vioolmuziek te maken had. Want alles was nieuw. En niet alleen voor mij want veel leden van de jeugd- en amateurorkesten waar ik lid van was, waren met hetzelfde hamstergedrag behept. En dat hield in dat je rond je 20e een aardig beeld had van de compositorische productie van eeuwen. En dat omvatte oneindig veel meer dan wat je in het kader van je vioollessen op de lessenaar zette. Een beperking was wel dat je zelf moest proberen werken te spelen want het aanbod op grammofoonplaten in die tijd was ronduit pover vergeleken bij wat er alleen al de laatste tien jaar op CD is verschenen. Maar goed, er ontstond een beeld en op basis daarvan een keuze. Dat is overigens geen verankerd ding, want ten eerste is mijn waardering voor veel 'eigentijdse' muziek in de loop van de jaren spoorloos verdwenen en ten tweede zegt 'virtuositeit ter wille van de virtuositeit' mij ook niet meer zoveel.
De solosonates van Ysaÿe waren, dankzij vrienden van mijn ouders, wel al in de jaren zestig in Amerika te koop. Dus daar kon ik het 'zelf spelen' achterwege laten. Alsof ik het ooit had gekund

Maar tussen Ysaÿe en mij is de verkering nooit overgegaan. En dat geldt ook zijn muziek voor viool en orkest. De man moet niet alleen een muzikaal maar ook technisch fenomeen zijn geweest. Dat zou moeten blijken uit de opnamen die van hem nog bestaan. Maar die zijn allemaal van na 1900 en toen was zijn rechterarm in feite al onbruikbaar. Hij heeft in zijn eerste jaren ook nog de nodige vioolconcerten het licht doen zien. Maar aangezien die het met name moesten hebben van erg veel technisch vertoon, heeft hij deze jeugdzonden vernietigd.
Maar als ik het wedervaren van sommigen hier lees (en niet alleen de zelfdoeners), vraag ik mij af hoe je, van het ene boekje met leuke & eigentijdse 'songs' naar het ander fietsend, ooit toekomt aan kennis van het repertoire. Want dat doet mij denken aan iemand die zijn leven lang alleen maar hetzelfde boek is blijven lezen.