liuwe
liuwe van der meer
Remi,
Grappig dat jij Giovanni Battista niet kunt vinden, hij staat nota bene in de door jou zelf opgeschreven lijst:
G.B. Martino= Giovanni Battista Martino, 1703-1727!
Het boek van de Hills waar jij naar verwijst heb ik ook, in een foto-mechanische herdruk van Dover.
Het lijkt voor de hand te liggen de zonen het groffe werk te laten doen en zelf de afwerking ter hand te nemen. Maar de werkplaats van de Stradivarii leverde gewoon instrumenten, net zoals anderen boeken drukten of serviezen maakten. Geloof je nou echt dat twee gezonde jongens, die zelf uitstekende violen konden bouwen, zich hun hele leven lang schikten in hun vader die al het leuke en moeilijke werk mocht doen, terwijl zij het grovere snij- en hakwerk mochten doen? Daar geloof ik niks van! Het was gewoon een familiebedrijf, zoals er op vele terreinen familiebedrijven zijn waarin de leden, goed opgeleid, zorgen voor hun product. Alleen die vervelende mythevorming speelt ons parten. We vergelijken bovendien de vioolbouw uit onze tijd met die in de zeventiende en achttiende eeuw en dat levert soms een scheef beeld op. Het was toen een economische tak die werk leverde; wat weten we eigenlijk van de arbeidsverdeling in die ateliers? Niks! Wie maakte die mooie krullen? Je kunt ze ook laten snijden door handige houtsnijders om de hoek, deze ambachten zaten soms vlak bij elkaar. En er waren heel veel housnijders, dit in tegenstelling met onze eigen tijd! Al die meubels, kasten en bedden moesten voorzien worden van houtsnijwerk! Kijk naar de orgelbouw: maar heel weinig orgelbouwers in die 17 en 18de eeuw maakten hun eigen kassen, dat deden vaak plaatselijke timmerlieden. Dus waarom zou een beetje handige vioolbouwer bepaalde onderdelen ook niet laten maken door andere lieden? In het boek "400 jaar vioolbouw" van Bolink e.a. wordt dit bij Amsterdamse bouwers ook gesuggereerd! Het zou me ook niks verbazen. Stradivari schijnt ook opgeleid te zijn als schrijnwerker voordat hij met violen begon. Reken erop dat de ambachten toen niet zo strikt gescheiden waren als nu. Maar archivalia daaromtrent ontbreken grotendeels.
Zo, genoeg stof om op te reageren! Toch leuk, hè, vioolspelen en vioolbouw..
Grappig dat jij Giovanni Battista niet kunt vinden, hij staat nota bene in de door jou zelf opgeschreven lijst:
G.B. Martino= Giovanni Battista Martino, 1703-1727!
Het boek van de Hills waar jij naar verwijst heb ik ook, in een foto-mechanische herdruk van Dover.
Het lijkt voor de hand te liggen de zonen het groffe werk te laten doen en zelf de afwerking ter hand te nemen. Maar de werkplaats van de Stradivarii leverde gewoon instrumenten, net zoals anderen boeken drukten of serviezen maakten. Geloof je nou echt dat twee gezonde jongens, die zelf uitstekende violen konden bouwen, zich hun hele leven lang schikten in hun vader die al het leuke en moeilijke werk mocht doen, terwijl zij het grovere snij- en hakwerk mochten doen? Daar geloof ik niks van! Het was gewoon een familiebedrijf, zoals er op vele terreinen familiebedrijven zijn waarin de leden, goed opgeleid, zorgen voor hun product. Alleen die vervelende mythevorming speelt ons parten. We vergelijken bovendien de vioolbouw uit onze tijd met die in de zeventiende en achttiende eeuw en dat levert soms een scheef beeld op. Het was toen een economische tak die werk leverde; wat weten we eigenlijk van de arbeidsverdeling in die ateliers? Niks! Wie maakte die mooie krullen? Je kunt ze ook laten snijden door handige houtsnijders om de hoek, deze ambachten zaten soms vlak bij elkaar. En er waren heel veel housnijders, dit in tegenstelling met onze eigen tijd! Al die meubels, kasten en bedden moesten voorzien worden van houtsnijwerk! Kijk naar de orgelbouw: maar heel weinig orgelbouwers in die 17 en 18de eeuw maakten hun eigen kassen, dat deden vaak plaatselijke timmerlieden. Dus waarom zou een beetje handige vioolbouwer bepaalde onderdelen ook niet laten maken door andere lieden? In het boek "400 jaar vioolbouw" van Bolink e.a. wordt dit bij Amsterdamse bouwers ook gesuggereerd! Het zou me ook niks verbazen. Stradivari schijnt ook opgeleid te zijn als schrijnwerker voordat hij met violen begon. Reken erop dat de ambachten toen niet zo strikt gescheiden waren als nu. Maar archivalia daaromtrent ontbreken grotendeels.
Zo, genoeg stof om op te reageren! Toch leuk, hè, vioolspelen en vioolbouw..